Nationaal Programma Onderwijs (NPO)

Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is er voor herstel en ontwikkeling van het onderwijs tijdens en na corona. De overheid trekt hiervoor de komende tweeënhalf jaar in totaal € 8,5 miljard uit. Hiervan gebruik maken kan zowel op schoolniveau als op gemeentelijk niveau. Wij hebben ervoor gekozen om ook als Amsterdamse schoolbesturen een aantal onderwerpen te onderstrepen en samen op te pakken. 


BBO besturen en de gemeente werken samen om te streven naar een duurzame inzet van de NPO-middelen.

Aanbod NPO in Amsterdam


De Amsterdams schoolbesturen hebben ervoor gekozen om op een aantal onderdelen samen te werken voor wat betreft het Nationaal Programma Onderwijs. In gesprek met de gemeente zijn we tot de Amsterdamse aanpak gekomen, waarin de prioriteiten van het BBO goed zijn vertegenwoordigd. Het kent de volgende lijnen.

 

  1. Verzorgen van speciale programma’s voor studenten. Dat doen we in samenwerking met o.a. opleidingsinstituten voor de uitvoering van intensieve reken-/taal programma’s (inhaalprogramma’s). Studenten kunnen dit tegen betaling en/of studiepunten uitvoeren.
  2. Zorg en onderwijs dichter bij elkaar brengen. Het doel? Alvast infrastructuur aanleggen voor ontschotting van deze twee. Hiermee willen we passende, merkbare ondersteuning binnen twee weken realiseren.  Lees meer…   
  3. Platform inzet andere professionals, enerzijds om de leerkracht meer ruimte te geven om zelf met leerlingen aan de slag te gaan, anderzijds omdat het aansluit bij de visie van een aantal besturen.
  4. Het tegengaan van kansenongelijkheid. Dat doen we door het intensiveren van buiten- en naschools aanbod.
  5. Structurele verbetering van onderwijs. Samen met de schoolbesturen bouwen we aan een Onderwijskennis Netwerk Amsterdam (ONA). 

Onderwijskennis Netwerk Amsterdam (ONA)


De gemeente Amsterdam, VU, UM en het BBO willen gezamenlijk in de periode 2021-2023 een kennisinfrastructuur voor het Amsterdamse basisonderwijs opzetten. Deze kennisinfrastructuur stelt wetenschappers, basisscholen, leraren, schoolleiders en (gemeente-)bestuurders in staat
om grote thema’s aan te pakken, deugdelijke wetenschappelijke kennis te genereren en ‘evidence-informed’ te werken zodat er sprake is van duurzame verbetering en innovatie van het Amsterdamse basisonderwijs. Met deze kennisinfrastructuur dienen we het algemeen belang van verscheidenheid aan stakeholders: scholen, besturen en de betrokken wetenschappers. De kennisverwerving die door dit programma ontstaat is breed inzetbaar, zowel in de onderwijspraktijk als in toekomstig wetenschappelijk onderzoek waarin duurzame innovatie van het onderwijs centraal staat.