Venhar Sariaslan is nog maar net begonnen als onafhankelijk voorzitter van het BBO in Amsterdam, maar haar visie geeft richting en haar betrokkenheid is voelbaar. Naast een strateeg die zich richt op een collectieve aanpak, is ze ook een verbinder: “Ik wil eraan bijdragen dat binnen het BBO iedereen zich uitgenodigd en vrij voelt om zijn of haar perspectief te delen.”
In de eerste maanden van haar aanstelling heeft Venhar vooral geluisterd en verkend. “Ik ben echt aan het ontdekken,” vertelt ze. “In elk gesprek probeer ik de contouren van een foto scherper te krijgen. Soms word ik bevestigd in wat ik al dacht, soms komt er iets nieuws. Amsterdam is net als een Baboesjka-pop: het kent vele lagen en de thema’s hangen met elkaar samen.”
Het perspectief van de ander
Wat Venhar typeert? “Ik luister, verbind en zet dingen in beweging,” vertelt ze. “Ik weet strategie te koppelen aan proces én aan de inhoud. Ik geloof in de kracht van vertrouwen en samenwerking, en inhoud is daarin het vertrekpunt. Je moet weten waar je het over hebt, pas dan kun je met elkaar de juiste stappen zetten.”
Ze is iemand die het perspectief van de ander belangrijk vindt. “Verbinding is voor mij essentieel. Dat is altijd zo geweest, of ik nu bij de gemeente Rotterdam werkte of bij de PO-Raad. Ik begon altijd bij de mensen op de werkvloer. Wat leeft er? Wat hebben ze nodig? En van daaruit bouwde ik verder.” In Rotterdam leidde dat zelfs tot een Europese samenwerking rond nieuwkomersonderwijs. “Ik ben begonnen bij de scholen, één voor één. Daar haalde ik op wat er speelde. Uiteindelijk konden we dat vertalen naar een project dat echt aansloot bij de behoefte. En vanuit die kennis hebben we ook nog lobby gevoerd als G4 en met de PO-Raad. Een voorstel voor twee jaar financiering voor nieuwkomersonderwijs po werd aangenomen door de Tweede Kamer.”
Goed kunnen schakelen
Venhar gunt ons ook een kijkje in haar privéleven. Ze woont in Harderwijk, heeft drie kinderen, houdt van hardlopen en is een familiemens. “Elke zondagochtend gaan we met mijn vader hardlopen, dat is een moment van verbinding en rust.” Daarnaast is ze graag onder haar familie of vriendinnen. Een mooie mix van met anderen zijn en tijd voor jezelf nemen.
Haar achtergrond in het onderwijs is breed en strategisch. Ze werkte als beleidsadviseur bij de PO-Raad, hield zich bezig met passend onderwijs en werkte intensief samen met schoolbesturen. “Van nature werkte ik samen met anderen om allianties te bouwen en een sterke informatiepositie te verwerven, zodat we beleid vanuit de overheid konden beïnvloeden. Ik ken de kant van de gemeente, die van de schoolbesturen en het landelijke speelveld. Dat maakt dat ik nu in deze rol kan schakelen.”
Betere kansen voor kinderen
Dat ze voor het BBO koos, was geen toeval. “Het voelde meteen vertrouwd. Ik kende veel van de mensen al vanuit mijn tijd bij de PO-Raad. En ik dacht: ik heb jarenlang geadviseerd, nu wil ik vanuit een andere rol bijdragen aan betere kansen voor kinderen.” Dat het in Amsterdam is, maakt het voor haar extra interessant. “Grote steden hebben grotere opgaven. Er zijn buurten met gestapelde problematiek. Dan heb je echt anderen nodig om samen te werken. Onderwijs is niet meer iets van negen tot drie. Je hebt kinderopvang, jeugdhulp, welzijn en gemeente nodig om de kinderen en soms hun ouders goed te ondersteunen.”
Eerste indruk
Haar eerste indruk van het BBO is positief. “Er staat al een duidelijke structuur. De leden zijn betrokken en maken zich hard voor de maatschappelijke opgave. Ze zetten hun schouders eronder. Er is een betrokken agendacommissie met portefuillehouders, de verbinding met de onderwijsregio en het samenwerkingsverband is goed en we hebben stevige en kundige projectleiders. Ik noem het het ‘Dream-team’.” Venhar wil toebewegen naar een volgend niveau van verbondenheid: “Hoe blijf je als BBO op alle thema’s samen sterk en hoe kunnen schoolbestuurders samen door één bril naar de stad Amsterdam kijken en de onderwijs- en ontwikkelopgaven samen oppakken? Ik proef in de eerste kennismakingsgesprekken veel belangstelling om naar die volgende stap toe te werken.”
Samen inspannen
Van de leden verwacht ze vooral openheid, vertrouwen en samenwerking.
Zelf wil ze een voorzitter zijn voor iedereen. “Kleurloos, noem ik dat. Ik span me in voor de kleine en de grote schoolbestuurder, voor Noord en Zuid. Ik wil laagdrempelig zijn en een vertrouwensrelatie opbouwen, waarin alles gezegd mag worden.”
Hoe ze daar precies invulling aan gaat geven, weet ze nog niet. “Dat is onderdeel van die foto die ik aan het maken ben. Mijn rol is verbinden, enthousiasmeren, prikkelen en een heldere lijn uitzetten. Als we de vijf prioriteiten van het BBO verder brengen dan is dat omdat de schoolbestuurders zich daar samen voor inspannen. Ik zie mezelf in dat opzicht als facilitator, de bestuurders zijn de dragers.”
Oog voor het kind en voor de ouder
Waarom onderwijs haar aantrekt, komt mede voort uit haar persoonlijke ervaring. “Onderwijs kan echt bijdragen aan kansengelijkheid, mits je het met elkaar goed inricht en organiseert. Ik zie wat een verschil een betrokken docent of schoolleider kan maken.” Ze vertelt over haar eigen schooltijd, waarin haar vader een cruciale rol speelde. “Ik kreeg een mavo-advies, terwijl ik dezelfde cijfers had als mijn vriendinnen die VWO-advies kregen. Mijn vader belde de directeur met het verhaal dat hij mij altijd thuis zou steunen. De directeur stond open voor een alternatief. Uiteindelijk haalde ik dezelfde score op de Cito en kreeg ik alsnog die kans. Maar ik weet ook: als mijn vader niet had gebeld, was het misschien anders gelopen.” Daardoor ziet ze hoe belangrijk het is dat scholen oog hebben voor het kind én voor de ouder. “Soms is het voor een ouder een drempel om te praten over de ontwikkeling van hun kind. En dan is het aan de school om die verbinding te maken.”
De volgende stap
Als ze vooruitkijkt, ziet ze een BBO dat stevig staat. “Ik wil toewerken naar een ontspannen vergadering waar belangrijke besluiten worden genomen die ambitie tonen. Waar iedereen de ruimte voelt om iets te vinden. En dat die besluiten door iedereen gedragen worden. Dat is een eerste stap.” Haar eigen drijfveer die ze de komende tijd verder gaat inzetten voor het BBO? “Me buigen over de vraag hoe we het beter kunnen maken. Hoe kan ik ondersteunend zijn aan de opdracht die alle schoolbestuurders samen hebben? Daar haal ik mijn energie uit.”