Het BBO bevindt zich in een transitiefase naar BBO 2.0 (de werktitel voor dit traject, onze naam blijft gewoon BBO). We werken aan een nieuwe bestuurlijke inrichting, aangescherpte statuten, een nieuw huishoudelijk reglement en een vernieuwde positionering. De nieuwe inrichting gaat uit van een sterker georganiseerde samenwerking tussen schoolbestuurders, thematische netwerken en uitvoerende netwerken. Hierdoor worden besluitvorming, uitvoering, draagvlak en expertise nadrukkelijker met elkaar verbonden. We werken toe naar een werkwijze waarin bestuurders en stafmedewerkers vanuit hun eigen rol bijdragen aan gezamenlijke stedelijke opgaven.
Het BBO richt zich niet rechtstreeks op individuele schoolleiders en leerkrachten. Hun betrokkenheid verloopt via de daarvoor ingerichte netwerken, die een adviserende rol hebben richting het BBO. De leden van het BBO vertalen de uitgangspunten, gezamenlijke besluiten en opdrachten naar de eigen organisaties en de eigen scholen en schooldirecteuren.
De huidige statuten dateren uit 2013. Door bestuurswisselingen en werkwijzen die zich in de loop der jaren hebben ontwikkeld, worden deze statuten niet meer volledig nageleefd. Hierdoor zijn de mandaten rondom governance, structuur en organisatie van het BBO niet altijd helder en heeft het BBO onvoldoende slagkracht.
De grootstedelijke context en diversiteit aan onderwijsorganisaties vraagt om een sterke verbinding en samenwerking tussen de schoolbesturen. Met BBO 2.0 willen we daarom komen tot een passende governance, duidelijke verantwoordelijkheden en een betere verbinding tussen gezamenlijke besluitvorming en uitvoering. Zo versterken we de samenhang en slagkracht om de uitdagingen van het Amsterdamse primair onderwijs vanuit onze eigen rollen en organisaties aan te pakken. Dit moet leiden tot meer handelingsbereidheid van schoolteams, inclusieve gemeenschappen, minder grote schoolverschillen tussen scholen en tussen gebieden en uiteindelijk tot verbetering van het Amsterdams onderwijs.
Het voorstel gaat uit van een Dagelijks Bestuur van negen leden:
De grotere schoolbesturen dragen vanwege hun beschikbare tijd en draagkracht in hoofdzaak de bestuurlijke last. Tegelijkertijd wordt statutair geborgd dat het bestuur een passende afspiegeling van de leden vormt. Daarom wordt expliciet ruimte gemaakt voor kleinere schoolbesturen en het speciaal onderwijs.
In de beoogde structuur wordt niet meer gewerkt met een agendacommissie. De taken en bevoegdheden worden ondergebracht bij een dagelijks bestuur dat bestaat uit afgevaardigden van de leden, op basis van leerlingvertegenwoordiging en op basis van motivatie.
De voorbereiding van onderwerpen blijft plaatsvinden door een groep afgevaardigden uit de leden, maar wordt gekoppeld aan portefeuilles en jaarplannen.
Daarnaast is er gewoon ruimte om een nieuw agendapunt aan te dragen. We willen voorkomen dat agendapunten onvoorbereid in de ALV besproken worden. Daarom zullen een aantal processtappen doorlopen worden door het Dagelijks Bestuur. Dit is geborgd in het Huishoudelijk Reglement.
De netwerken verbinden agendavorming, voorbereiding, uitvoering, draagvlak en advies. De beoogde inrichting bestaat uit:
Daarmee worden bestuur, uitvoering en onderwijspraktijk nadrukkelijker met elkaar verbonden.
Er zijn verschillende manieren om bij te dragen aan BBO 2.0. De basis is het actief volgen van de ontwikkelingen door aanwezig te zijn bij ALV-vergaderingen en PO-VO-bijeenkomsten met OSVO en de bijbehorende stukken tijdig te lezen.
Daarnaast wordt gewerkt aan een structuur waarbij ook leden die geen deel uitmaken van het Dagelijks Bestuur actief kunnen bijdragen. Hoe deze rollen precies worden ingevuld, wordt momenteel verder uitgewerkt.
Ook kunnen leden expertise inbrengen via de thematische netwerken. Dit kan door zelf deel te nemen aan werkgroepen of netwerken, of door medewerkers vanuit de eigen organisatie af te vaardigen, bijvoorbeeld op het gebied van HR, kwaliteit of huisvesting. Daarnaast is er ruimte om kennis, ervaringen en goede voorbeelden actief met andere leden te delen.
Met BBO 2.0 brengen we meer focus en samenhang aan door:
Zo versterkt BBO 2.0 de gezamenlijke verantwoordelijkheid en slagkracht van de Amsterdamse schoolbesturen, met als doel dat afspraken en ambities ook daadwerkelijk doorwerken in de scholen en ten goede komen aan leerlingen en medewerkers.
De onderliggende overtuiging is dat vraagstukken rondom taal- en rekenvaardigheden, kansenongelijkheid, AI, maatschappelijke polarisatie, personeelstekorten en klimaat de individuele organisaties overstijgen. Schoolbesturen hebben elkaar nodig om gezamenlijk kennis te delen, verantwoordelijkheid te nemen en oplossingen te ontwikkelen voor stedelijke uitdagingen
In de nieuwe inrichting vindt de voorbereiding plaats door portefeuillehouders binnen het bestuur. Zij werken daarbij samen met de programma-manager en een bredere groep leden, bestuurders, staffunctionarissen en werkgroepen. Medewerkers op het gebied van bijvoorbeeld kwaliteit, huisvesting en HR kunnen vanuit verschillende schoolbesturen aan deze voorbereiding bijdragen via thematische netwerken, uitvoerende medewerkersnetwerken en netwerken voor draagvlak en advies.
Alle leden kunnen onderwerpen aandragen voor bespreking en besluitvorming in de ALV. De voorbereiding van onderwerpen ligt straks niet meer uitsluitend bij een agendacommissie, maar bij portefeuillehouders die onderwerpen voorbereiden samen met leden, werkgroepen en netwerken. Daarmee wordt juist beoogd de invloed op de inhoud breder te organiseren.
Alle besluiten worden aan de leden voorgelegd, behalve de besluiten waar via de inhoudelijke jaarplannen al goedkeuring aan is verleend. Alle leden behouden stemrecht en kunnen onderwerpen aandragen voor bespreking en besluitvorming in de ALV.
In de voorgestelde stemstructuur geldt een verzwaarde drempel van 75% van de aanwezige leden én 75% van de vertegenwoordigde leerlingaantallen. Daardoor kunnen grote schoolbesturen niet zelfstandig besluiten nemen over gezamenlijke stedelijke onderwerpen zonder steun van kleinere besturen.
Het uitgangspunt blijft dat de ALV in eerste instantie op basis van consensus besluit. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op situaties waarin daadwerkelijk moet worden gestemd en op de voorbereiding van de besluitvorming.
Leden verbinden zich aan verenigingsbesluiten en gezamenlijke afspraken. Niet alle besluiten zijn bindend. Tegelijkertijd worden verplichtingen gezamenlijk bepaald op basis van mogelijkheden en draagkracht. En geldt ook het pas toe/leg uit principe.
De huidige verwachtingen worden in BBO 2.0 explicieter vastgelegd als lidmaatschapsvereisten. De voorgestelde vereisten hebben onder meer betrekking op:
Er wordt rekening gehouden met de mogelijkheden en draagkracht van ieder lid.
Daarnaast zien we de ontwikkeling van BBO 2.0 niet alleen als een aanpassing van statuten en structuren. Onderling vertrouwen, openheid en de bereidheid om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen zijn noodzakelijke voorwaarden voor het functioneren van de nieuwe inrichting.
Van leden wordt verwacht dat zij elkaar vanuit een positieve en optimistische houding benaderen, vanuit het gezamenlijke doel en de overtuiging dat samenwerking meer oplevert dan verdeeldheid.
De eigen bestuurlijke autonomie blijft intact. Ieder schoolbestuur blijft verantwoordelijk voor de eigen organisatie, scholen en bestuurlijke keuzes. BBO 2.0 richt zich juist op de vraagstukken waarbij samenwerking tussen Amsterdamse schoolbesturen meerwaarde heeft en waar een gezamenlijke aanpak kan bijdragen aan betere resultaten voor het onderwijs in de stad.
Waar besturen ervoor kiezen gezamenlijk op te trekken, worden ook gezamenlijke afspraken gemaakt en spreken we elkaar aan op de uitvoering daarvan. Het uitgangspunt daarbij is dat samenwerking niet ten koste gaat van de eigen verantwoordelijkheid, maar deze juist versterkt door kennis, ervaring en slagkracht te bundelen. Besturen behouden daarbij ruimte om eigen keuzes te maken en invulling te geven aan hun eigen opdracht. Samenwerken betekent dan ook niet minder autonomie, maar meer slagkracht.
Tegelijkertijd erkennen we dat niet iedere afspraak of ieder besluit voor ieder bestuur in dezelfde mate toepasbaar is. Dat geldt bijvoorbeeld voor besturen die in meerdere gebieden actief zijn. Daarom hanteren we het principe ‘pas toe of leg uit’: waar maatwerk nodig is, blijft die ruimte bestaan, mits transparant wordt gemaakt waarom een andere afweging wordt gemaakt. Zo combineren we gezamenlijke verantwoordelijkheid met ruimte voor de diversiteit van de aangesloten besturen.
Een sterk BBO betekent ook dat we onze krachten in de lobby bundelen. Samen staan we sterker en kunnen we een eenduidige boodschap uitdragen richting gemeente, ministerie en andere partijen. Op thema’s waarop we als BBO gezamenlijk optrekken, voert het BBO de lobby namens het collectief. Het BBO neemt daarin de lead; leden stemmen hun inzet vooraf met elkaar af, zodat we elkaar versterken in plaats van naast elkaar opereren.
Voor onderwerpen die specifiek behoren tot het domein van een individueel schoolbestuur, zoals groei, stichting van een school of een eigen onderwijsconcept, blijven besturen vrij om zelfstandig contacten te onderhouden met gemeentebestuurders of ministerie. Het uitgangspunt is dat leden elkaar niet verrassen en collegiaal handelen.
Het BBO voert de gezamenlijke lobby op thema’s die raken aan de gezamenlijke opdracht van het Amsterdamse primair onderwijs en waarvoor de leden hebben afgesproken gezamenlijk op te trekken. Op dit moment gaat het onder meer om de thema’s uit de huidige onderwijsambities:
Nieuwe thema’s kunnen worden toegevoegd wanneer de leden gezamenlijk vaststellen dat een onderwerp vraagt om een gezamenlijke aanpak vanuit het BBO. Daarbij geldt steeds dat het onderwerp moet aansluiten bij de maatschappelijke opdracht en de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het onderwijs in Amsterdam.
In het bestuur wordt verplichte ruimte gecreëerd voor kleine schoolbesturen en het speciaal onderwijs. Binnen het bestuur wegen de stemmen even zwaar.
Bij stemmingen in de ALV neemt de feitelijke invloed van kleinere besturen toe. Voor besluitvorming over gezamenlijke stedelijke thema’s en voorzieningen geldt in het voorstel een drempel van 75% op basis van leerlingenaantal én 75% van de aanwezige leden. Hierdoor kunnen grote schoolbesturen dergelijke besluiten niet zonder deelname van kleine schoolbesturen en het speciaal onderwijs nemen.
De mate waarin kleinere besturen invloed kunnen uitoefenen op de inhoudelijke voorbereiding blijft mede afhankelijk van hun betrokkenheid en organisatiegraad.
We werken er naartoe dat de nieuwe inrichting per januari 2027 in werking treedt. De definitieve inrichting is afhankelijk van de besluitvorming over onder meer de aangescherpte statuten en de vorming van het nieuwe bestuur.