Bestuur

Strategische onderwijs agenda

Kwaliteit
Het BBO streeft onverkort naar kwalitatief goed onderwijs op alle scholen en het afleggen van verantwoording aan de stakeholders van het onderwijs door gebruikmaking van “Vensters voor verantwoording PO”.

Die wil het BBO bereiken door:
De komende 4 jaar alle scholen te laten deelnemen aan een participerende analyse uitgevoerd door de Stichting Kwaliteitsondersteuning Primair Onderwijs Amsterdam. Het opstellen en (doen) uitvoeren van verbeterplannen als de analyse daartoe aanleiding geeft en het monitoren van de onderwijsresultaten door middel van de minimum toetsstandaard zoals vastgesteld door het BBO.

Het BBO streeft naar een continuüm aan onderwijs van de voor- en vroegschoolse periode tot en met de overstap naar het voortgezet onderwijs. De besturen volgen intensief de mogelijke ontwikkeling van de Amsterdamse Peuterschool en maken met de gemeente afspraken over de mogelijke uitvoering hiervan, alsmede (resultaat)afspraken in het kader van het Kwaliteitskader VVE.

De besturen zullen daartoe participeren in de verschillende activiteiten m.b.t. taalinterventies (vakantieschool taal en schakelklassen), kopklassen en het onderwijs aan nieuwkomers. Naast deze vormen van taalinterventies die al gesubsidieerd worden door de gemeente, zal het BBO met de gemeente in gesprek gaan om de taalinterventie “zomerschool”, zoals deze succesvol in West heeft plaatsgevonden ook onder taalinterventies te laten vallen.

Met de gemeente en het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Amsterdam – Diemen zal onderzocht worden op welke wijze in het onderwijs aan meer- en hoogbegaafde leerlingen structureel voorzien kan worden.
Ten aanzien van de overstap naar het voortgezet onderwijs zal het BBO actief participeren in het jaarlijks evalueren en bijstellen van de Kernprocedure .

Zorg
De ontwikkeling van de zorgstructuren op schoolniveau en in de wijken is in beginsel een verantwoordelijkheid van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs, alsmede de relatie met de (transitie) jeugdzorg.

Toelatingsbeleid
De besturen willen elke leerling zoveel als mogelijk doen plaatsnemen op een school waar de voorkeur van de ouders naar uit gaat. Daartoe wordt het stedelijk toelatingsbeleid vanaf 2015 geïmplementeerd en over de stad uitgerold.

“Bildung”
Kinderen in Amsterdam hebben recht op een brede ontwikkeling. Besturen zetten zich in om alle leerlingen in aanraking te laten komen met Kunst- en Cultuureducatie conform het convenant dat met de gemeente is afgesloten.
Daarnaast stimuleren de besturen dat leerlingen zoveel mogelijk gebruikmaken van een palet aan activiteiten dat in een rijk en gevarieerd naschools aanbod en in samenwerking met gesubsidieerde welzijnsinstellingen gegeven wordt.
Schoolbesturen gaan met de gemeente in gesprek om onderwijs door vakleerkrachten (bewegingsonderwijs, techniek, handvaardigheid, etc.) blijvend mogelijk te maken voor alle leerlingen.

Ouderbetrokkenheid
De schoolbesturen voeren een actief beleid ouderbetrokkenheid waarbij sowieso de wet WMS leidend is. Daarnaast worden ouders actief geïnformeerd over en betrokken bij de ontwikkeling van hun kinderen. Zowel op bestuursniveau, als op schoolniveau worden heldere procedures voor klachten en de behandeling daarvan gehanteerd.

Bestuurlijke betrokkenheid bij het tot stand komen en uitvoeren van gemeentelijke taken:
a) Huisvesting
– Een reguliere vertegenwoordiging van het BBO onderhandelt regelmatig met de gemeente over:
– De verordening op de onderwijshuisvesting
– De prognoses en het Plan van Scholen
– Exploitatie en beheer Brede Scholen
– Frisse scholen
– De decentralisatie van het onderhoud buitenkant
De ambitie van het BBO is adequate onderwijshuisvesting te realiseren, die exploitabel is binnen de beschikbare middelen vanuit de rijksoverheid, die het onderwijsconcept ondersteunt, die iedereen een gezond leer-, leef- en werkklimaat biedt en aansluit bij de diversiteit van werkwijzen en de schoolbevolking.

b) Materiële en financiële gelijkstelling
Een vertegenwoordiging van het BBO onderhandelt met de gemeente over een nieuwe verordening MFG en consensusvoorzieningen.
De besturen achten het van belang dat voor de Amsterdamse leerlingen in het primair onderwijs extra voorzieningen in stand gehouden worden, zoals:
– Vakonderwijs
– Kunst- en cultuureducatie
– Natuur- en Milieueducatie (schooltuinen)
– Extra middelen voor onderzoek en begeleiding van leerlingen die daarop aangewezen zijn (de voormalige middelen schoolbegeleiding)
– Onderwijs aan meer- en hoogbegaafden
– schoolzwemmen